# Dutch words # Pronouns ik 73 jij 73 mijn 100 onze 100 wij 100 zij 100 # Verbs ben 51 heb 83 hebt 83 heeft 83 kan 70 wil 100 zijn 100 # Adjectives geil 157 vet 132 # Propositions met 70 onder 45 # Nouns wiet 76 # Swearwords kut 100 lul 100 # Miscellaneous als 70 dan 93 dankzij 134 de 71 een 49 geen 46 het 78 niet 102 op 70